LEESTIJD: 8 MIN
Van traditionele terrassen met pintxos tot futuristische museumarchitectuur: in Bilbao gaan tradities en vernieuwing hand in hand en dat geeft de Baskische stad een unieke sfeer.
De weg naar Dima, een piepklein dorpje in de heuvels ten zuiden van Bilbao, is als een roetsjbaan door de mist. Zo gaat dat in Baskenland, de groenste hoek van Spanje. Als een boerenwoning, omringd door een zee van wilde bloemen, uit de nevel opdoemt, is de bestemming bereikt. Dit is Antzasti – ‘plek van doornen en appels’ – een museum dat een stoomcursus Baskische volksgeest herbergt. Eerst wat eetcultuur. In een tuinhuisje dat als delicatessenwinkel is ingericht wacht een warm onthaal met een typisch Baskisch ‘elfuurtje’ van idiazabal-schapenkaas en een prijswinnende chorizo. Eigenares Christina Amezaga schenkt wat txakoli, een licht mousserende, friszure wijn, in een brede tumbler. “Pas op, het drinkt als water.” Elders in het landschap is menig woning als deze in de loop der jaren omgebouwd tot boetiekhotel of sterrenrestaurant.
Maar in Antzasti tref ik juist een interieur dat lijkt te hebben stilgestaan vanaf het moment dat er een elektrische tram ging rijden die het dorp met het hart van Bilbao verbond. Dat was pakweg 125 jaar geleden, en de route werd legendarisch. Boerinnen die hun waar op de markten in de stad verkochten, keerden terug met exotische schatten zoals bananen en koffie. Andersom ontdekten stedelingen de geneugten van wandelen en thermale baden in de groene Arratia-vallei. “De tram reed tot de jaren zestig en deed twee uur over 38 kilometer”, vertelt Amezaga. “Dan heb je alle tijd om te praten, ruzie te maken of verliefd te worden op iemand van de andere kant van de berg. Als je bij de oudere dorpelingen over de tram begint, springen de tranen hun nog steeds in de ogen.” Deze romantische kruisbestuiving tussen traditie en de moderne tijd kenmerkt volgens haar nog altijd de Baskische cultuur.
Het is de kunst om te weten welke pintxo in welke bar het beste is
Verdwalen tussen de pintxos
Vandaag de dag is de rit naar de stad slechts een halfuurtje over de weg. Ik check in op loopafstand van Teatro Arriaga; de oorspronkelijke terminus van de Arratia-tramlijn. Dit prominente opera- en theatergebouw markeert nog immer de toegang tot Casco Viejo, de oude binnenstad van Bilbao. Het is er prettig verdwalen in de Siete Calles: zeven middeleeuwse straatjes waardoor de stad tot het economische en industriële centrum van Baskenland is gegroeid. In dit gezellige labyrint maakte ik enkele jaren geleden voor het eerst kennis met pintxos, de flamboyante neefjes van de tapas. Als kleine eenhapskunstwerkjes staan ze uitgestald in glazen vitrines, en het is de kunst om te weten welke pintxo in welke bar het beste is. Ik probeer me te herinneren welke favorieten mijn stadsgids me indertijd heeft aanbevolen.
Pas als ik op de Plaza Nueva stuit – het kloppende hart van de oude stad – weet ik opeens weer de weg. Rondom het plein creëren gewelfde portieken een intieme omlijsting voor wat de bewoners txikiteo noemen – een pintxos-kroegentocht. Sorginzulo, een piepklein barretje dat vanuit een donker hoekje van het plein een zonnig terras bedient, is een feest van herkenning. De specialiteit is een brochette met zeeduivel, garnaal, krokant spek en gebakken groente. Maar, zo lees ik aan de muur, inmiddels won men ook een vegan pintxos-concours met de ‘SorGREENzulo’-pintxo: een krokante taco gevuld met artisjok, bloemkool en biergistvinaigrette. Hoewel de bar bekendstaat als een van de oudste traditionele tavernes in de stad, mag er aan de tradities dus best gemorreld worden, zolang het maar lekker is.
Verassende kunst
Vanaf het plein wandel ik naar de oever van de Nervión-rivier, die vijftien kilometer verderop in de Golf van Biskaje uitmondt. De zon is net doorgebroken en ik overweeg of ik de hele route zal fietsen, maar de brede wandelpromenade langs de oever nodigt uit om eerst maar eens te zien hoe ver ik te voet kom. Vlakbij zweeft de Zubizuri-voetgangersbrug van de beroemde Valenciaanse architect Santiago Calatrava als een poëtisch gebaar van glas en staal over het water. Achter de volgende brug wacht echter het grootste pronkstuk van de stad: het Guggenheim Museum Bilbao van de Amerikaanse architect Frank Gehry, met een futuristisch exterieur van golvend titanium en glas. Zelden heeft een slim geplaatst gebouw zo veel voor het imago van een stad gedaan. De opening in 1997 transformeerde het imago van Bilbao in een klap van ruwe industriestad naar culturele hotspot. Hierna volgden de projecten van internationale sterarchitecten elkaar in rap tempo op: het Azkuna Zentroa, een oud wijnpakhuis, werd door de Franse designer Philippe Starck omgetoverd tot bruisend cultureel centrum; de metro werd door de Britse architect Norman Foster van zijn kenmerkende glazen entrees voorzien en de Japanse architect Arata Isozaki ontwierp Isozaki Atea, een tweetal moderne woontorens die de oude stad met de rivierpromenade verbinden.
Je hoeft geen architectuurliefhebber te zijn om het effect te waarderen: het contrast met het vervallen industrieterrein op de plek waar het Guggenheim nu staat is enorm. Binnen weerspiegelen de werken van de Amerikaanse kunstenaar Richard Serra – een hal vol enorme spiralen, ellipsen en golvende muren van staal – Bilbao’s geschiedenis als belangrijk centrum voor staalproductie en scheepsbouw. Maar om de rest van de collectie te bewonderen, hoeven bezoekers niet per se naar binnen. Hoog vanaf de Salbeko Zubia, de brug die naast het museum over het water spant, heb ik een prachtig uitzicht over de waterkant van het gebouw; waar de spin Maman van Louise Bourgeois een looppad bewaakt, en het vluchtige kunstwerk F.O.G. van Fujiko Nakaya enkele minuten lang de gevel van het museum in een dikke mist hult. Aan de andere kant markeert Puppy van Jeff Koons – een reusachtige speelgoedhond bekleed met een bloementapijt – de ingang van het museum.
eten & drinken
Mina
In dit restaurant kijkt u vanaf de bar recht de keuken in, waar seizoensgebonden ‘tasting menu’s’ worden bereid.
Muelle Marzana s/n
restaurantemina.es
Nerua
Gevestigd in het Guggenheim Museum. Hier wacht u een menu van eetbare kunst, zoals artisjok met aromatische kruiden.
Avenida de Abandoibarra 2
neruaguggenheimbilbao.com
Bakea
In Mungia, een dorpje vlak bij het vliegveld, vangt de chef-kok van Bakea in dertien gangen de essentie van de Baskische txoko (eetclub).
Olalde Beresia Kalea 1, Mungia
bakeamungia.com
slapen
Hotel Miró
Dit strak vormgegeven boetiekhotel ligt vlak bij het Museum voor Schone Kunsten en herbergt een eigen fotocollectie. Gasten kunnen gebruikmaken van leenfietsen.
Alameda de Mazarredo 77
mirohotelbilbao.com
Hotel Ercilla de Bilbao
De troef van deze dertien verdiepingen tellende toren in de wijk Ensanche is La Terraza, een rooftopcafé met een weids uitzicht over de stad.
Ercilla Kalea 37-39
hotelercilla.com
The Artist
Dit vijfsterrenhotel presenteert zich als een artistieke thuisbasis, met een prominente rol voor hedendaagse kunst.
Alameda de Mazarredo 61
hoteltheartist.com
Dromen in twee richtingen
Ik sta net bij Puppy als ik achter me iemand mijn naam hoor roepen. Het is Flora Paradiso, de stadsgids van jaren geleden. “Toeval bestaat niet, ik ben een soort heks”, grijnst ze. Met dezelfde bevlogenheid die me van haar is bijgebleven, begint ze meteen een nieuwe pintxos-route voor me uit te stippelen. “Sorginzulo is goed, maar eigenlijk moet je ook naar Motrikes, een donker barretje met authentieke champignon- pintxos. Of ga morgenochtend naar La Viña in de wijk La Vieja – eigenlijk is alles daar goed. Daarachter worden de straten een beetje ruig, maar als je van streetart houdt, kun je er je hart ophalen.” Ik vertel haar mijn plan om de route van de rivier verder te volgen. “Naar Zorrotzaurre misschien?” Ze bedoelt het zoveelste architectonische megaproject in wording, nu eentje dat een heel eiland in de rivier beslaat. Het duurt nog even voordat het af is, maar het plan is een droom uit de koker van de Brits-Iraakse architect Zaha Hadid, vol moderne woningen, culturele instellingen en openbare parken op een plek die ooit volledig werd ingenomen door grauwe industrie.
“In Fábrica Artiach, een oude koekjesfabriek, is een culturele broedplaats ontstaan.” Uiteindelijk beland ik daar net niet. Met het eiland in zicht strand ik bij zonsondergang op het drijvende terras van El Cargadero de Bilbao, aan de rand van het knusse havenwijkje Olabeaga. Even verderop prijkt het woord soñar – een streetartwerk van de Madrileense kunstenaar SpY – metershoog op de gevel van een industrieel gebouw. Het woord, dat ‘dromen’ betekent, werd door de buurtbewoners zelf gekozen. Net zoals de boeren en stedelingen in de oude Arratia-tram, droomt Bilbao nog altijd in twee richtingen tegelijk. Koester tradities, maar omarm ook het nieuwe. Die constante spagaat verklaart de flexibele volksgeest en een staalstad die nooit vast zal roesten.
doen MET
KINDEREN
Naar Bilbao

Vluchtduur 2 uur.
Naar Bilbao vanaf 7.500 Miles.
Dit reisverhaal is verschenen in de voorjaarseditie van Flying Dutchman 2025.
KLM staat niet garant voor de actualiteit van de informatie.